Deutsche Fischerpruefung

Appie LÖhr heeft uitgebreide internationale contacten en door zijn initiatief hebben afgelopen herfst 15 Zeenonners deel kunnen nemen aan de Vorbreitungslehrgang zum ablegen der Deutsche Fischerpruefung. Appie had het goed georganiseerd via zijn relaties bij het BVO Emden. Zonder de gebruikelijke papieren rompslomp het sportvissen in Duitsland mogelijk te maken, dat was de doelstelling. Noeme Mennes had belangenloos het Dorpshuis te Noorderhoogebrug ter beschikking gesteld en de door hem verzorgde catering verdient minstens één Michelin ster. Ook de koeken van Cor en de verjaardagstaart van Martin zijn we niet vergeten. Zij en alle anderen die hebben bijgedragen aan het plezier en welslagen van deze cursus: hartelijk bedankt! De één ging wat gemakkelijker om met de theorie en de ander voelde zich beter thuis in de praktijk. Maar bere-gezellig was het! Een groot succes was het ook, want op 2 december hebben alle deelnemers hun Sportfischerpruefung met een zeer goed resultaat afgelegd. Proficiat!!!!! Behalve gezellig was het ook leerzaam. Vele nuttige onderwerpen kwamen in de cursus aan bod.

Een korte samenvatting:

Kennis van de vis:

De vorm van de vis wordt bepaald door het voedsel en het leefgebied van de vis. De stand van de bek geeft een indicatie waar en hoe hij zijn voedsel vergaart. Pak een vis nooit met droge handen aan. De schubben verraden de leeftijd. Soortherkenning kan mede door te letten op de vorm, tekening of plaatsing van staartvinnen, rugvinnen, anaalvinnen en de buikstandige, borststandige of keelstandige buikvinnen. Zelfs de overeenkomst tussen een schelvis in zee en een kwabaal in zoet is duidelijk geworden. Ook de plaats van de hersenen en het hart of het nut van een eendelige, tweedelige of geen zwemblaas is verklaard. Met al die kennis weet je meteen hoe je een vis snel en correct verdooft en daarna doodt. Giftig kuit van de barbeel kun je beter laten liggen. Het onderscheiden van de verschillende soorten (en hier wordt niet bedoeld een walvis van een guppy) is nu nog maar een peulenschil.

Kennis van het Water:

Vis komt het meest voor daar waar zij zich lekker voelt. Dat wisten we al! Maar aan welke voorwaarden het water dan moet voldoen, zoals beweging, zuurstof, temperatuur, voedsel, zuurgraad en voortplantingsmogelijkheden en hoe je dat water onderhoudt is ons inmiddels ook glashelder.

Kennis van het Hengelsportgereedschap:

Voor de meesten geen echt probleem; al is er soms wel verschil tussen een strandhengel en een hengel die als strandhengel wordt verkocht. Duidelijk is wel dat elke vorm van vissen toch zijn specifieke materialen kent.

Natuurbescherming en Visstandbeheer: in Duitsland heb je de plicht daaraan actief bij te dragen. Jagen op aalscholvers is echter alleen aan de jagers voorbehouden.

Wettelijke bepalingen:

Beschermde dieren en planten, gesloten tijden en het recht van toegang tot de visgronden. Allemaal nuttige zaken om te weten.

Praktijkproef Werpen:

Met 7,5 gram secuur werpen valt voor vele zeevissers nog niet mee! Over links, over rechts en met de pendelworp, maar de moeilijkste worp om het doel te raken was voor velen de overheadworp.

Wel is één vraag niet beantwoord:

wie heeft er meer hoofdpijn - een verdoofde vis of een Zeenonner voor het visexamen? De hoofdpijn is voorbij en allen kunnen nu met het verkregen Ausweis het Duitse Fischereischein aanvragen. Gewapend met al deze kennis en het papier kunnen we er voorlopig weer tegenaan.

Peter Meulenberg, Zeenon 59

Kabeljauw in de Noordzee

De kabeljauw of gul in de Noordzee luistert naar de mooie naam Gadus Morhua Morhua. De ondersoort in de Oostzee schijnt Gadus Morhua Callarias te heten. IJsland, Noorwegen en Spanje vangen de meeste gul,

In overtreding

Bijna alweer vergeten, maar deze voorzomer waren er toch echt een aantal prachtige dagen. Op zon mooie dag was ik op de Eems onderweg van Delfzijl naar de Gele Paal, waar ik met een oud-collega (een echte visliefhebber)

Wandelende Wrakken

Dat een wrak door zijn gewicht alleen maar langzaam naar beneden in de zeebodem zakt is beslist niet waar. Door wisselende getijdenstromen wordt onder en rondom een wrak het zand weggespoeld en opgehoopt. Er ontstaan kolken, slijtgeulen en oneffenheden.