Wandelende Wrakken

Dat een wrak door zijn gewicht alleen maar langzaam naar beneden in de zeebodem zakt is beslist niet waar. Door wisselende getijdenstromen wordt onder en rondom een wrak het zand weggespoeld en opgehoopt. Er ontstaan kolken, slijtgeulen en oneffenheden.

plaatje niet gevonden plaatje niet gevonden

Vooral de ebstroom heeft daarop grote invloed. De gepeilde waterdiepte boven een wrak is voor de scheepvaart van grote betekenis. Uit onderzoek blijkt echter dat deze aan voortdurende verandering onderhevig is. Veelal kan men op de echo van een dieptemeter al zien dat de slijtkolk van de ebstroom dieper is dan de kolk die door de vloedstroom is veroorzaakt. Deze kolken, waarvan de diepte afhankelijk is van de sterkte der stromen en de samenstelling van de bodem, kunnen de ligging van het wrak stukje bij beetje veranderen.

Een aantal bewegingen van het wrak kunnen we ons eenvoudig voorstellen. Zo kan een wrak in een kolk glijden waardoor de boeg of het achterschip vrijkomt van de bodem

plaatje niet gevonden

Een in het midden onderspoelt wrak kan breken met een zelfde resultaat voor boeg of hek.

plaatje niet gevonden

Een op de zij liggend wrak kan zich door onderspoeling oprichten, waardoor de opbouw van het schip een obstakel voor de scheepvaart kan gaan betekenen.

plaatje niet gevonden

Ook door corrosie, ijsgang of samendrukking kan een wrak of kunnen delen daarvan in een andere positie komen of een andere vorm krijgen. Daarom is in druk bevaren wateren regelmatige peiling van de waterdiepte boven een wrak noodzakelijk. Tevens vindt soms aanvullend onderzoek met een duiker plaats. Een voorbeeld van zo’n wandelend wrak is de Bodenwinkel,, een wrak dat ligt in de Eemsmonding boven Rottumeroog op ongeveer de positie N 53/35/40, E 06/26/43.

De opeenvolgende peilingen gaven het onderstaande resultaat:

Eerste peiling: Waterdiepte boven het hoogste punt van het wrak bedraagt 9,30 meter.

plaatje niet gevonden

Peiling 2 jaar en 5 maanden later: De scheepsromp is verzand en nog slechts enkele delen steken boven de bodem uit. Minimumdiepte 7,80 meter. Peiling weer 5 jaar en 10 maanden later: Het voorschip is doorgebroken. De boeg wijst in NW richting. Het schip ligt vlak op de kiel. Het hek heeft zich een halve meter boven de grond verheven. De minimale diepte wordt gepeild boven de resten van het brughuis en bedraagt 5,80 meter. Peiling daarop volgend 9 maanden later: De boeg wijst nog steeds naar het NW. Het wrak is behoorlijk gescheurd. Het voorschip en het achterschip steken in de grond. Boven de afgescheurde schoorsteenmantel wordt nu de kleinste waterdiepte gemeten van 6,60 meter. Peiling weer 23 maanden later: Het wrak ligt in de richting NW-ZO. In de kolken aan de voor en achterzijde steekt het schip in de bodem. Het wrak is zwaar beschadigd. De geringste waterdiepte werd boven een mastkoker gepeild en bedraagt 6,40 meter. Informatie ontleent aan het Duitse bureau voor Zeescheepvaart en Hydrografie

Peter Meulenberg, Zeenon 59

Op tongvissen

Naar aanleiding van de reis naar Fehmarn is mij gevraagd door Peter Meulenberg om eens mijn ervaring over de tong in woord te brengen.

Palingsteken

Omstreeks 1900 was de aal in Europa nog volop aanwezig. In Denemarken, o.a. in de Isefjord, een relatief kleine en ondiepe fjord met kristalhelder water op het eiland Seeland,

Spoorwegen op zee

Wie op een mooie zomerdag vanuit zijn bootje op de Grote Belt in Denemarken zit te vissen ziet in de verte de prachtige brug tussen Funen en Seeland. Treinen en auto’s razen over de brug. Onder de brug varen